Verwarmen met een warmtepomp
Hoe werkt een warmtepomp?
Een warmtepomp kan warmte op lage temperatuur opnemen en deze vrijstellen op hogere temperatuur. Ze kan warmte opnemen uit bodem, water of lucht en deze op voldoende hoge temperatuur brengen voor de verwarming van een woning of de aanmaak van sanitair warm water. De hoeveelheid energie die ze daarvoor nodig heeft, is laag in vergelijking met de opbrengst.
Zo'n 65 à 80% van de vrijgegeven energie neemt de warmtepomp op uit de omgeving en hoeven we dus niet te betalen. De warmtepomp laat dus toe uw woning te verwarmen met beduidend minder energie en zal dan ook veel minder koolstofdioxide in de lucht brengen.
De warmtepompen die hun warmte onttrekken aan de grond doen dat via een warmtewisselaar in de bodem. Er kan ook warmte worden ontrokken aan de omgevingslucht of uit een nabij gelegen waterplas. Het systeem om de warmte te onttrekken noemen we het captatienet.
De warmtepomp neemt elektrische energie op maar deze is niet verloren, zij wordt in warmte omgezet. Zij levert dus warmte afkomstig uit de ondergrond en warmte die afkomstig is uit de opgenomen elektrische energie.
Bij een goed werkende installatie is het deel dat uit de omgeving onttrokken wordt minstens 4 keer zo groot. In dit geval zullen we per 5 eenheden warmte die uit de warmtepomp gehaald worden er één betalen wat de winstfactor of COP bepaald. De warmtepompen die gebruik maken van Geothermische energie hebben ongeveer een COP van 4,5 à 5.
In de woning hebben we het warmte afgiftesysteem. Omdat de verwarming gebeurt met relatief lage temperaturen (30 à 35°C toevoer temperatuur), moeten we ervoor zorgen dat het warmteafgifteoppervlak groot is. Indien vloerverwarming ontoereikend is (bijvoorbeeld in een badkamer), kan bijvoorbeeld wandverwarming extra voorzien worden.
Terug naar boven